drakenei

SF & Fantasy en dan nog wat…

Intermezzo

Posted by Shen Lung on 08/04/2010


Jabas keek naar een pubermeisje van een jaar of 14, dat op haar beurt in de spiegel een jeugdpuist met een bijzonder kritisch oog bekeek. Ze had de puist handig verborgen onder een kleurige haarband, of hoe die dingen ook mochten heten, en trok de band plots snel weer op z’n plaats. Een ander meisje verscheen in de tweede spiegel. Even later waren ze beiden verdwenen. Jabas moest glimlachen om het drama van het meisje dat haar puist zonder twijfel het einde van de wereld vond.

Hij had les gegeven op die school. Geschiedenis natuurlijk. Bijna 28 jaar geleden intussen. Ze kenden hem ginder vanzelfsprekend niet als Jabas. Hij was meneer Versmissen. Jerome Versmissen. Tegenwoordig ging hij door de wereld als Mathieu Smets. De meest voorkomende naamgroep, had hij ergens gelezen, was degene die op één of andere manier verwees naar het beroep van smid. Dat kon wel kloppen, metaalbewerkers waren millennia lang heel belangrijke mensen geweest in de wereld. Nog steeds eigenlijk.

Het was niet zo moeilijk om kleurrijk over de tijd van de franse revolutie en de verlichting te vertellen, als je ‘t zelf meegemaakt had. Het was veel moeilijker om je te houden aan wat algemeen geaccepteerd werd als ‘t over de Egyptische piramides ging, of de steencirkels zoals die van Stonehenghe. Je moest goed oppassen wat je daarover zei, anders konden mensen zich vragen beginnen stellen. En ze waren tegenwoordig heel wat slimmer dan pakweg 200 jaar geleden…

Niet alle jongedames hadden indertijd met interesse naar de verhalen van meneer Versmissen geluisterd. Toch hadden 2 van zijn leerlingen het ver geschopt in de geschiedenisbranche, en daar was ie wel trots op. De een was een gerespecteerd paleontologe geworden, en de andere was prof geschiedenis. Het waren allebei knappe meisjes geweest, die tot mooie vrouwen waren uitgegroeid. De prof maakte zich nog altijd te fel op volgens Jabas, en dat deed haar schoonheid geen recht. Vooral die lippenstift. Te rood… Er verscheen een brede grijns op zijn gezicht. Lippenstift. Daar had ie al jaren niet meer aan gedacht.

De grijns werd nog breder toen de ganse episode zich weer afspeelde in zijn herinnering. De meisjes maakten zich altijd op in het toilet. En toen ze klaar waren met hun lippenstift, drukten ze hun lippen op de spiegel. Het was begonnen met ééntje, maar al heel snel stonden de 3 spiegels vol afdrukken van meisjeslippen, in diverse tinten rood. De poetsvrouw vond het minder leuk. Nota’s van de directrice verhielpen het probleem natuurlijk niet, netzomin als de poetsstraf die een paar op heterdaad betrapte meisjes gekregen hadden. Tot hij een voorstel deed in de leraarskamer. Er was daar nog maar zelden zo goed gelachen als toen. De volgende avond, toen er genoeg lipafdrukken waren op de spiegels, werden 2 meisjes per klas geselecteerd om in de toiletten naar een speech van de directrice te luisteren, over hoe deftig opgevoede jonge dames zo’n dingen niet deden, en hoe moeilijk het was voor de poetsvrouw om de spiegels weer schoon te krijgen, en over respect, en … Om de meisjes te tonen hoeveel werk het wel was, zou de poetsvrouw een demonstratie geven. En met die woorden knikte de directrice naar de poetsvrouw, die prompt haar mob in het dichtstbijzijnde toilet stak, om er vervolgens mee op de spiegels te beginnen boenen. De lippenstift ging er inderdaad niet goed af. Zelfs nu, meer dan een kwarteeuw later, werden de spiegels nog altijd niet gekust. “Urban legends.”, mompelde hij.

Ja, dat was een leuke tijd, de tijd van Jerome Versmissen, en… ach, daar kwam Lydia eindelijk. De laatste van de 16 waarop hij had staan wachten. Hij stak een hand op, zij deed hetzelfde. Ze had duidelijk geen resultaat geboekt. Dat had hij intussen ook niet echt meer verwacht. Ze passeerde de spiegels. Er was natuurlijk geen spiegelbeeld. Dat merkte hij al lang niet bewust meer op.

“Niets dus?”, zei hij, toen ze dicht genoeg was.

“Nee, niets. Ze lijkt van de aardbol verdwenen.”

“Je weet wat dat wil zeggen?”, vroeg hij voor de zestiende keer.

“Ja, ze is praktisch zeker in handen van de broederschap.”

Hij knikte alleen maar. De grijns had al lang plaatsgemaakt voor bezorgde trekken. “Laten we binnen gaan, voor het begint te regenen. De anderen zijn er al, je bent de laatste. Ook niets, natuurlijk, geen van allen, en ik ook niet. We moeten overleggen, maar niet lang, want er is niet veel tijd.”.

Ze verdwenen een tiental meter verder in de duistere tunnel die nauwelijks tussen de dichte struiken zichtbaar was…

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

 
%d bloggers like this: